Dolfijnen

Een van de leukste bezienswaardigheden in Suriname waar jong en oud ontzettend van kunnen genieten, is het spotten van de dolfijnen in de Suriname rivier.

Geniet van een ochtend of een middagje uit en wees getuige van de capriolen die vooral de kalfjes onder de dolfijnen maken in de vrije natuur.


Prijs: €27.50

 

De Profosoe, of Surinaamse dolfijn

De Profosoe, of Surinaamse dolfijn (Sotalia guianensis) is een Latijns-Amerikaanse soort dolfijn uit het geslacht Sotalia. De soort werd vroeger als een aan de kust levende ondersoort van de amazonedolfijn (S. fluviatilis) beschouwd. De soorten verschillen genetisch van elkaar en ze vertonen significante verschillen in de vorm en grootte van hun schedel. S. guianensis is voorts dikker, zo'n 30% groter en heeft meer tanden in de bovenkaak. De lichten banden op zijn huid zijn ook meer uitgesproken bij S. guianensis. Het is onduidelijk of de exemplaren van S. guianensis die bij de Amazone leven in contact staan met de amazonedolfijn. S. guianensis komt voor in riviermondingen en baaien en in de zeeën nabij het oosten van het Latijns-Amerikaans vasteland - van Nicaragua of zelfs Honduras tot Santa Catarina in Brazilië - en de Caraïben. Een afgezonderde populatie dolfijnen in de Orinoco behoort waarschijnlijk ook tot deze soort. Ze leven meestal in kleine groepjes, maar komen ook in scholen van tot 50 exemplaren voor. Ze vormen soms scholen met tuimelaars en worden ook gezien met orinocodolfijnen. Het is een snelle, actieve en acrobatische zwemmer die kort duikt (11 seconden tot 3 minuten). Het is een schuwe soort die boten mijdt.



S. guianensis voedt zich vooral met beenvissen en daarnaast met koppotigen, garnalen en krabben. Ze jagen zowel alleen als in paren of groepen.[1] De soort is bovenaan en op de flippers lichtgrijs tot grijs, bruingrijs of blauwgrijs; kalfjes zijn meer effen grijs. De onderflanken en buik van de dolfijn zijn lichter (tot wit), net als een zeer variabele band van de borst tot boven de flipper uitkomt. Enkele delen van de buik hebben een roze schijn, die gedeeltelijk seizoensgebonden is. Hij kan lichte, doffe vlekken hebben op het begin van zijn staart en op zijn zijkant en bovenflanken. Van het oog naar de flipper loopt een brede, donkere, vage streep. Achter de flippers zijn donkere en lichte vage vlekken te vinden. De snuit van de soort is smal en middellang. Zijn voorhoofd steekt wat uit en loopt licht af. De rugvin is driehoekig, laag, vaak hoekig en heeft een brede basis. Hij heeft donkere ogen en oogleden. De flippers zijn relatief breed. Mannetjes worden ongeveer 1,9 meter lang, vrouwtjes 2,1. Een exemplaar weegt minstens 45 kg. Pasgeboren kalfjes zijn tussen 0,8 en 1 meter lang en zijn slanker gebouwd dan de zwaargebouwde volwassen exemplaren. Ze worden meestal tot 25 jaar oud.